Geschiedenis & Gastvrijheid
Over de Kartuizermonniken op deze plek is niet bekend of ze een apart hospitaal voor behoeftigen onderhield. Het klooster lag buiten de muren van Utrecht en moest zichzelf beschermen tegen rondzwervende rovers. Dit gebeurde middels de kloostergracht.
Door het poortgebouw kwam men slechts binnen, als men op de deur klopte.
Theeschenkerij
Na de afbraak van het klooster en de bouw van de hofstede kreeg deze een bepaalde faam als theeschenkerij voor de Utrechtse burgerij. De overlevering vertelt dat aldaar een oude linde, de “Monnikenboom” stond, “waar in dien tijd de Utrechtsche kindertjes moesten worden gehaald.” In 1830 en 1836 werd deze boom door blikseminslag en storm zwaar beschadigd, maar hij verheugde zich nog lange tijd in de belangstelling van de jongere Utrechtse burgerij, die zich op de boerderij kwam vermaken.
Het knechtje van den toenmaligen bewoner verborg zich in de boom en riep dan tot de jongelui: “pluk mij, pluk mij, ‘k zal alle dagen zoet zijn.”
“Er ontstond dan algemeene vreugde, men ging spelletjes om den boom doen en de pret eindigde met room eten bij vrouw van Dam, die de boerderij toen bewoonde.”
In 1851 werd de boom omgehakt en eindigde dus dit vermaak.
Sociaal maatschappelijk belang en een oorlog
Nadat de restauratie van het poortgebouw in 1930 en de verbouw van de Hofstede tot Fröbelschool werd in 1939 op het schoolplein een groot openluchtspektakel gehouden in het kader van de Sint Willibrord herdenking. Het gebouw werd een bijeenkomstplek voor de katholieke gemeenschap, naast de school.
In de oorlog werd de fröbelschool door de Duitsers gevorderd voor de legering van soldaten. Ze bouwden aan de overzijde van de sloot een schuilbunker. Nadat de vrede was afgekondigd nam een groepje verzetsmensen met een mortier vanaf een dak op de Marnixlaan de school op de korrel. Gelukkig konden ze slecht mikken; het gebouw (en de Duitse soldaten) bleef ongedeerd. De bunker is nu een gemeentelijk monument.
Het gebouw werd daarna weer een min of meer openbare plek. Het consultatiebureau en de school zorgden ervoor dat veel moeders en kinderen hier waren. De voorhof van de Hofstede werd speeltuin.
Onder de grote, toen kleine, Lindes was een enorme zandbak.
Er is sprake van een pastor die wellicht in het Poortgebouw woonde en de buurtkinderen opving op woensdagmiddag en zaterdag. Een soort buurthuis avant la lettre.
Nadat het Algemeen Maatschappelijk Werk in 1975 vanaf hier werkte werd het gebouw minder openbaar. Het was niet meer een vanzelfsprekende plek om naar toe te gaan, maar bekleedde wel een maatschappelijk sociale functie. Dit gold ook voor de pro-deo advocaten die in de opkamer kantoor hielden.
Creatieve bedrijven
In 1988 gingen Anke Colijn Architecten en H+N+S landschaparchitecten vanuit de Hofstede en het Poortgebouw werken. De twee nationaal bekende ontwerpbureaus trokken veel mensen vanuit het hele land hiernaartoe. Het “torentje” en de boerderij kenden de meeste mensen uit de wereld van de projectontwikkeling.
Galerie Pavlovsky trok eveneens vele bezoekers. Toch was het niet langer meer openbaar. Wellicht leek het op de situatie met de Kartuizers; als je een afspraak had ging je naar binnen.
Nieuwe openheid
Nu is het Poortgebouw weer in gebruik bij wisselende groepen mensen die hier vergaderen of nieuwe ideeën opdoen middels workshops. De tuin wordt opengesteld voor bezoekers. Het idee van de privéplek gepaard aan die van openbaarheid zoals bij de theeschenkerij, waarmee de Hofstede zolang bekend stond, wordt zo in ere hersteld.